Profielwerkstuk aardrijkskunde

 

Gebruik je deze handleiding voor het schrijven van het profielwerkstuk voor het vak aardrijkskunde.



1. Waar haal je informatie vandaan?

 

A. Secundaire bronnen

  • Kranten voor actuele informatie. NRC, Volkskrant, Trouw of Parool (voor onderwerp Amsterdam). Vraag docent inlogcodes voor NRC.

  • Websites van instellingen, zoals gemeente, overheden, NGOs etc. Vraag docent om lijst met namen van deze instellingen en organisaties.

  • Minimaal 3 boeken uit de bibliotheek van Amsterdam. Vraag docent hoe deze boeken te vinden.

B. Primaire bronnen. Dit is optioneel, echter toegevoegde waarde, afhankelijk van onderwerp

  • Enquêtes, minimaal 25 stuks

  • Interview met sleutelpersoon

  • Landschapswaarneming (voor lokale onderwerpen)

 

 

2. Het formuleren van hoofd- en deelvragen

 

Het formuleren van goede hoofd- en deelvragen is essentieel! Zorg ervoor dat de vragen niet te breed zijn, maar specifiek, waar je uit eindelijk antwoord op kunt geven. Ga naar bladzijde 190, 191 en 192 van het boek Systeem Aarde. Hier wordt uitgelegd wat voor soort vragen er zijn en wanneer je welke vragen gebruikt.


3. Opbouw profielwerkstuk
  1. Voorblad
    - met namen
    - titel onderwerp
    - toepasselijke foto of kaart

  2. Inhoudsopgave
    - alle pagina’s in het werkstuk worden opgesomd met paginanummer

  3. Inleiding
    - pakkend geschreven inleiding
    - hoofdvragen en –deelvragen (drie of vier deelvragen)
    - laatste deelvraag bij voorkeur case study
    - onderzoeksopzet
    - opzet van het profielwerkstuk (welke informatie kun je waar verwachten)
    - De inleiding bestaat uit twee pagina’s met daarin ook een kaart.

  4. Kern bestaande drie of vier hoofdstukken.
    - Zie onderstaande figuur: schrijf je profielwerkstuk van algemeen naar bijzonder
    - Elke deelvraag wordt behandeld in een apart hoofdstuk.
    - Elk hoofdstuk bevat vier pagina’s aan tekst (exclusief figuren).
    - Voor de overzichtelijkheid maakt je tussenkopjes
    - Het laatste tussenkopje is de conclusie van het hoofdstuk met een antwoord op de deelvraag

  5. Conclusie
    - Hierin worden kort de conclusies van de deelvragen herhaalt
    - Er wordt antwoord gegeven op de hoofdvraag
    - In de conclusie komt geen nieuwe informatie naar voren
    - De conclusie is ongeveer 1 tot 1,5 pagina tekst

  6. Bronvermelding
    - Op de juiste wetenschappelijke wijze in de bronvermelding
    - Op de juiste wetenschappelijke wijze in de tekst

  7. Bijlagen optioneel
    - bijvoorbeeld een uitgetypte enquête

  8. Logboek
    - Globaal overzicht wie wat heeft gedaan en wanneer

 

4. Correcte wetenschappelijke bronvermelding

Achteraan je praktische opdracht een alfabetische lijst met bronnen:

Citeer je een auteur uit een boek, dan doe je dat als volgt:
Achternaam, Voorletter. (jaartal), Titel boek. Uitgever.
- Bijvoorbeeld: Wanrooij, van, B. (2007), Klimaatvraagstukken. Thieme Meulenhoff.

Haal je informatie van een website:
Organisatie website, (jaartal). Titel informatie. www.website.nl
- Bijvoorbeeld: Waternet (2014), Er was sprake van wateroverlast in wijk x in Amsterdam. www.waternet.nl/hierhebikderommelvandaan13

 

Let op: In je geschreven tekst van het werkstuk vermeld je tussen haakjes achter de data die je ergens vandaan hebt gehaald, alleen de auteur of de naam van de organisatie van de website, jaartal.
- Bijvoorbeeld je schrijft ergens in je tekst: De wateroverlast in wijk x was van datum tot datum (Waternet, 2014).