Praktische Opdracht Wateroverlast

 

Inhoudsopgave 
 
  1. Inleiding

  2. Wat ga je doen?

  3. Keuze onderwerp

  4. Plan van aanpak, onderzoeksopzet

  5. Opzet van het verslag als praktische opdracht

  6. Planning en beoordeling

Bijlage A. Welke bronnen gebruiken we?

Bijlage B. Correcte wetenschappelijke brondvermelding

Bijlage C. Hoe stel je een enquête / interview op?

Bijlage D. Landschapswaarneming
Bijlage E. Tips schrijven praktische opdracht

 

 

1 Inleiding
 

Een van de examenonderwerpen is Wonen in Nederland en dan specifiek de bescherming van ons land tegen het water, zowel aan de kust als in het rivierengebied. Aan de kust hebben we Deltawerken en duinen. In het binnenland ligt er wel 13.000 kilometer aan dijken. Maar is dit wel genoeg om Nederland te beschermen? De Nederlandse overheid heeft een commissie, genaamd de Deltacommissie, ingesteld om zich bezig te houden met de bescherming van Nederland. De veiligheid moet omhoog. Bekijk de website van de deltacommissie om te zien welke aanpassingen er tijdens Prinsjesdag 2014 zijn gepresenteerd: http://deltacommissaris.nl/deltaprogramma/2015/ Onder ander dat de veiligheidsnorm per dijkring omhoog moet. Met het oog op de voorspelde klimaatveranderingen en de daarmee gepaarde gaande waterstijging gaan we kijken hoe veilig onze eigen omgeving is. De regio Amsterdam is omgeven door water, maar hoe goed is onze eigen woongebied beschermd?

 

 

2. Wat ga je doen?
 
  • Je gaat in groepjes van twee of drie personen een onderzoek naar één van de vastgestelde onderwerpen. Ieder groepje heeft zijn eigen onderwerp, dus er is geen overlapping.

  • Je stelt eerst een plan van aanpak, het onderzoeksvoorstel, voordat je informatie gaat zoeken en gaat schrijven. Dit doe je aan de hand van een aantal stappen.

  • Je maakt gebruik van secundaire bronnen (literatuur)

  • Je maakt gebruik van primaire bronnen (enquêtes, interviews of observaties)

  • Je schrijft een verslag met een inleiding, onderzoeksvoorstel, kern en conclusie

  • Aan het einde van het verslag is een correcte bronvermelding

  • Als bijlage voeg je de enquête- en interviewresultaten toe aan het verslag

 

 

3. Keuze onderwerp
 
  1. Deltacommissie en de gemeente Amsterdam. Je gaat onderzoeken in hoeverre de adviezen van de Deltacmomissie zijn geïmplementeerd in plannen van de gemeente Amsterdam omtrent de bescherming tegen water (mag door twee groepjes gekozen worden).

  2. Deltacommissie en de gemeente Ouder-Amstel. Je gaat onderzoeken in hoeverre de adviezen van de Deltacmomissie zijn geïmplementeerd in plannen van de gemeente Ouder-Amstel omtrent de bescherming tegen water.

  3. Geschiedenis van de maatregelen in het waterlandschap in de gemeente Amsterdam. Je gaat onderzoeken welke maatregelen er toen en nu werden en worden genomen om Amsterdam te beschermen tegen water. Kijk ook eens naar de verschillende visies van de mens door de tijd heen (mag door twee groepjes gekozen worden).

  4. Geschiedenis van de maatregelen in het waterlandschap in de gemeente Ouder-Amstel. Je gaat onderzoeken welke maatregelen er toen en nu werden en worden genomen om Ouder-Amstel te beschermen tegen water. Kijk ook eens naar de verschillende visies van de mens door de tijd heen.

  5. De Amstel en het Amsterdamrijnkanaal onder de loep. Je gaat een vergelijking maken tussen deze verschillende wateren en hun watermanagement.

  6. Water in de regio. In dit onderzoek ga je een vergelijking maken tussen drie verschillende plaatsen in de regio en hun watermanagement. Het gaat hierbij om: Amsterdam, Ouder-Amstel en Duivendrecht.

  7. Klimaatverandering in de gemeente Amsterdam. Je gaat onderzoeken in hoeverre de gemeente Amsterdam rekening houdt met eventuele klimaatveranderingen. Bestudeer goed of er rekening wordt gehouden met verschillende scenario’s (mag door twee groepjes gekozen worden).

  8. Klimaatverandering in de gemeente Ouder-Amstel. Je gaat onderzoeken in hoeverre de gemeente Ouder-Amstel rekening houdt met eventuele klimaatveranderingen. Bestudeer goed of er rekening wordt gehouden met verschillende scenario’s.

  9. Waterbeleid in de polder Ronde Hoep. Polders zijn erg kwetsbaar als het gaat om wateroverlast. Je gaat onderzoeken in hoeverre het watermanagement van de gemeente Ouder-Amstel (waarin de Ronde Hoep ligt) zichtbaar is voor de bewoners van de gemeente Ouder-Amstel en in hoeverre men zich veilig voelt. Onderzoek de publieke opinie in het poldergebied over het waterbeleid.

  10. Waterbeleid in de polders van Waterland. Polders zijn erg kwetsbaar als het gaat om wateroverlast. Je gaat onderzoeken in hoeverre het watermanagement van de gemeente Amsterdam (waarin een gedeelte van Waterland ligt)  zichtbaar is voor de bewoners van de gemeente Amsterdam en in hoeverre men zich veilig voelt. Onderzoek de publieke opinie in het poldergebied over het waterbeleid.

  11. Waterbeleid en aanleg Noord/Zuidlijn. De aanleg van de Noord/Zuidlijn is in 2003 begonnen en de gemeente Amsterdam verwacht de lijn in 2017 op te leveren. De bouw van de lijn is niet bepaald vlekkeloos gegaan. Dit heeft voornamelijk te maken met de bodemgesteldheid van Amsterdam waar de tunnels doorheen zijn geboord. Onderzoek welke uitdagingen de Noord/Zuidlijn tegen is gekomen, voornamelijk op het gebied van de water- en bodemgesteldheid in het gebied waar de lijn wordt aangelegd.

 

 

4. Plan van aanpak
 

Wat moet er gedaan worden? Wat ga je onderzoeken? En wie doet wat? De antwoorden hierop geef je in het plan van aanpak dat uiterlijk dinsdag 21 april naar de docent ge-emaild moet worden: iebt@pini.nl Het wordt digitaal nagekeken en je krijgt uiterlijk donderdag 23 april antwoord. Bij een GO ga je in meivakantie het veld in om onderzoek te doen. Bij een NO GO moet je jouw plan van aanpak aanpassen en uiterlijk vrijdag 24 nogmaals opsturen. Let op: ook je enquêtevragen moeten ingeleverd moeten worden ingeleverd worden bij het plan van aanpak. Je kunt namelijk niet op pad met goede vragen!

 

Hoe maak je een plan van aanpak:

 

Achterin je boek Klimaatvraagstukken en Arm en Rijk vind je  “Overzicht vaardigheden en werkwijzen’’. Hier kun je nuttige tips vinden. Verder moet het plan van aanpak als volgt zijn opgebouwd:

 

  • Vorm een groepje van twee of drie personen.

  • Formuleren onderzoeksvraag en twee of drie deelvragen.

  • Schrijf een kort stukje met voorkennis over het onderwerp.

  • Waar haal je secundaire informatie (de bronnen) vandaan? Maak een literatuurlijst. Zie bijlage A.

  • Welke onderzoeksmethode ga je gebruiken?
    - Literatuurstudie (secundaire bronnen)
    - Veldwerk, kies 2 van 3 methodes: enquêtes, interviews, landschapswaarneming

  • Hoe ga je het veldwerk (verzamelen primaire bronnen) organiseren? Waar (voeg kaart toe)? Welke datum? Hoe lang?

  • De enquêtevrage, interviewvragen en / of waarnemingsstrategie. Zie bijlage C en D.

 

Mail het plan van aan uiterlijk dinsdag 21 april om 17uur naar iebt@pini.nl

 

 

5. Opbouw praktische opdracht
 

Lees voor tips van het schrijven van de praktische opdracht. Zie bijlage E.

 

  • Voorblad met naam, titel onderwerp, namen en een toepasselijke foto

  • Inhoudsopgave

  • Inleiding (waar gaat het verslag over, je hoofdvraag en deelvragen en de onderzoeksopzet en kaart).

  • Kern bestaande uit 2 of 3 hoofdstukken, het aantal hoofdstukken corresponderend met het aantal deelvragen

  • Conclusie waarin je antwoord geeft op je hoofdvraag

  • Bronvermelding op de juiste wetenschappelijke wijze. Zie bijlage B.

  • Bijlagen: enquêtes, interviews en landschapswaarnemingen

  • Logboek: wie heeft wat gedaan en wanneer

 

Inleveren praktische opdracht uitgeprint en netjes in mapje dinsdag 9 juni bij docent. Geen toets in de toetsweek voor aardrijkskunde.

 
6. Planning en beoordeling
 

Inleveren plan van aanpak:

Dinsdag 21 april via email

Vrijdag 24 april reactie op plan van aanpak
Dinsdag 9 juni inleveren praktische opdracht

 

Beoordeling:
De praktische opdracht telt 3x mee op rapport 4 en voor 10% mee als een PTA toets.

 

 

Bijlage A Welke bronnen gebruiken?
 

Betrouwbare bronnen, dus je moet weten wie de informatie verstrekt, Wikipedia is niet altijd betrouwbaar!

 

 

 

Bijlage B Correcte wetenschappelijke bronvermelding


Achteraan je praktische opdracht een alfabetische lijst met bronnen:

 

  • Citeer je een auteur uit een boek, dan doe je dat als volgt: Achternaam, Voorletter. (jaartal), Titel boek. Uitgever.- Bijvoorbeeld: Wanrooij, van, B. (2007), Klimaatvraagstukken. Thieme Meulenhoff.

  • Haal je informatie van een website:Organisatie website, (jaartal). Titel informatie. www.website.nl. Bijvoorbeeld: Waternet (2014), Er was sprake van wateroverlast in wijk x in Amsterdam. www.waternet.nl/hierhebikderommelvandaan13

 

Let op: In je geschreven tekst van het werkstuk vermeld je tussen haakjes achter de data die je ergens vandaan hebt gehaald, alleen de auteur of de naam van de organisatie van de website, jaartal.
- Bijvoorbeeld je schrijft ergens in je tekst: De wateroverlast in wijk x was van datum tot datum (Waternet, 2014).

 

 

Bijlage C. Het maken van een enquête / interview
 

Bij enquêteren moet je minimaal 15 personen enquêteren en voor het interview kies je 2 sleutelpersonen.

 

  • Bepaal de vorm: open of gesloten vragen

  • Met behulp van je onderzoeksvraag kun je gericht enquête en interviewvragen formuleren

  • Stel eenduidige vragen: gebruik geen vage woorden als ‘veel’ of ‘soms’. Dit wordt door iedereen anders geïnterpreteerd

  • Één onderwerp per enquêtevraag

  • Stel neutrale vragen. Leg mensen geen zaken in de mond. Stop geen eigen mening in de vragen

  • Zorg voor een logische volgorde van de vragen. Orden je vragen dusdanig dat de ondervraagde het gevoel krijgt dat de enquête lijkt op een gesprek.

  • Zorg dat de vragen aansluiten bij de belevingswereld van de ondervraagden, gebruik dus geen jargon

 

 

Bijlage D. Het waarnemen van het landschap
 

Wanneer je een verslag maakt van een landschapswaarneming, schrijf je letterlijk op wat je ziet. Je geeft antwoord op de vragen: Wat zie ik? Past dit bij mijn onderwerp? Bevestigd dit mijn verhaal? Waarom? Waar? Maak foto’s! Die moeten toegevoegd worden aan de praktische opdracht.
 

 

Bijlage E. Het schrijven van de praktische opdracht
 

Nu je alle informatie hebt verzamelen kun je aan de slag met het schrijven van een verslag. Je verwerk de theorie in een samenhangend verhaal en je ondersteunt je verhaal met de conclusies uit de enquêtes, interviews en landschapswaarneming. Je verwerkt je enquête-uitslagen in tabellen en grafieken die je maakt in Excel. Let op dat je bij het schrijven van het stuk rekening houdt met het schaalniveau. Begin zo algemeen mogelijk en wordt dan steeds specifieker: 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

>> Klik hier voor het beoordelingsmodel