Stadsvernieuwing en herstructurering in Amsterdam

 

Praktische Opdracht 5 havo 2017/2018

Hoe begin je

Je werkt in deze opdracht met twee personen (en één groepje van drie). Zoek een gebied uit dat jullie interessant vinden. Elk gebied mag maar één keer gekozen worden. Wie het eerst komt heeft als eerste keus. Ga naar www.kadastralekaart.com en zoek jullie gebied op.  

Jullie gaan onderzoeken wat de verschillen zijn in jullie gebied van vóór en na de stadsvernieuwing en herstructurering. Per gebied verschilt het een beetje in welk jaar de stadsvernieuwing en herstructurering is begonnen (of zelfs nog bezig is), maar voor de meeste gebieden geldt maximaal 10 jaar terug (voor de meeste gebieden is dit minder). Onderzoek dit. Welke stadsvernieuwingen en herstructurering er in jullie gebied hebben plaatsgevonden

 

De gebieden waaruit je kunt kiezen zijn:

 

  1. Achter de school: gebied tussen de Ringdijk, Wibautstraat, Nobelweg en James Wattstraat
     

  2. Oostpoort: gebied  tussen de Polderweg, het spoor, Oranje Vrijstaatkade en de Linnaeusstraat
     

  3. Czaar Peterstraatbuurt: gebied tussen de Cruquiuskade,  Czaar Peterstraat en het spoor
     

  4. Oostelijke handelskade: gebied tussen het Veemplein, Veemkade, Pietheinkade die overgaat in Oostelijke Handelskade t/m de brug.
     

  5. Noord rondom Eye: gebied tussen het IJ, Buiksloterweg, Tolhuisweg en Ceramiquelaan
     

  6. Westelijke eilanden: Westerdok- en IJdokgebied.
     

  7. Oude houthavens: Silodam, Van Diemenstraat, Pontsteiger, Stavangerweg t/m de Harapandaweg
     

  8. Westerpark t/m diagonale fietspad (dat loopt in de richting zuidwest noordoost)
     

  9. Oude watertorengebied: tussen de Haarlemmerweg, van Hallstraat, zuidkant van Beuningenplein, Waterkeringweg
     

  10. Foodhallen gebied: tussen de Bilderdijkkade, Kinderstraat, Ten Katestraat en Kostverlorenkade
     

  11. Bijlmeer: tussen Kraaiennest, Ganzenhoef en de S113
     

  12. Stadionpleinbuurt: tussen Laan der Hesperiden, het stadion, de Stadionkade en Jasonstraat
     

  13. Ferdinand Bolstraat: vanaf Maria Heinekenplein tot en met Cornelis Troostplein
     

  14. Rijksmuseum en Museumplein
     

  15. Roeterseiland: tussen Plantage Muidergracht, Nieuwe Prinsengracht, Wibautstraat en Sarphatistraat.

 

 

Opbouw praktische opdracht

  • Voorblad met naam, titel onderwerp, namen en een toepasselijke foto
     

  • Inhoudsopgave
     

  • Inleiding: waar gaat de praktische opdracht over, de hoofdvraag en deelvragen, een kaart van jullie gebied, aanpak van onderzoek enzovoorts. 
     

  • Hoofdstuk 1: literatuurstudie. Begin het hoofdstuk met de deelvraag en bedenk een toepasselijke titel. Tussen 1 en 1,5 A4-tje (lettertyp Arial 12 exclusief bronnen)
     

  • Hoofdstuk 2: informatie opgedaan tijdens het veldwerk. Begin het hoofdstuk met de deelvraag en bedenk een toepasselijke titel. Tussen 3 en 5 A4-tjes (lettertyp Arial 12 exclusief bronnen)
     

  • Hoofdstuk 3: kaarten van voor en na de stadsvernieuwing en herstructurering. Begin het hoofdstuk met de deelvraag en bedenk een toepasselijke titel.
     

  • Hoofdstuk 4: bodemprofiel a.d.v. drie boringen in jouw gebied.
     

  • Conclusie waarin je antwoord geeft op je hoofdvraag en deelvragen.
     

  • Bronvermelding op de juiste wetenschappelijke wijze. Zie bijlage A onderaan pagina. 
     

  • Logboek: wie heeft wat gedaan en wanneer (kort overzicht is voldoende)
     

 

Onderzoeksvragen formuleren



Bij elk onderzoek horen onderzoeksvragen: één hoofdvraag en vier deelvragen. Je onderzoeksvragen starten altijd met vraagwoorden zoals: Waarom? Hoe? Welke oorzaak? Hoe ..verklaren? etc. Je noemt in je onderzoeksvragen ook altijd jouw onderzoeksgebied.
 


Aanpak onderzoek

Wat ga je onderzoeken in jouw gebied:  

  • Wat zijn de ­kenmerken van de woningen? (ouderdom / eigendom / type / onderhoud)

 

  • Zijn er buurt- en wijkvoorzieningen? (bv. winkels / horeca / OV / scholen / groen) 
     

  • Hoe ziet de infrastructuur er in het gebied uit?
     

  • Wat zijn de kenmerken van de bewoners? (grootte huishoudens / etniciteit / inkomen / gezinsfase/  leeftijd)
     

  • Wat kun je zeggen over de objectieve veiligheid (aantal misdaden) ­en subjectieve veiligheid (is er overlast / verloedering)?
     

  • Is er sprake van sociale cohesie / netwerken in jullie buurt? (bv. school / buurthuis) 
     

  • Hoe wordt de openbare ruimte beleefd: toegankelijk?, onderhoud?, overzichtelijk?, toezicht?
     

  • Is er sprake van ruimtelijke segregatie? (voornamelijk etnisch)
     

  • Zijn er conflicten tussen de gesegregeerde groepen? (polarisatie)

 

  • Hoe ziet de ondergrond van jouw gebied eruit? En op welke wijze is er bijvoorbeeld met het gebruik van heipalen voor gezorgd dat de gebouwen niet wegzakken?
     


Stap 1 literatuurstudie: secundaire bronnen verzamelen



Verwerk in jullie praktische opdracht het beleid dat de gemeente heeft opgesteld voor de stadsvernieuwing, herstructurering en renovatie van jullie gebied.

Tips voor bronnen:

 

  • Zoek op de website van de gemeente Amsterdam.

  • Bekijk of er een website bestaat over het gebied.

  • Wellicht is er een ondernemersvereniging in de buurt.

  • Het Parool: de krant van Amsterdam

  • Wees creatief en zoek naar andere informatiebronnen op het Internet.

 

 

Stap 2 veldwerk: primaire bronnen verzamelen

​­

  • Het is slim om voordat je naar het gebied toe gaat de kadasterkaart meerdere malen uit te printen. Zo kun je deze geprinte plattegronden gebruiken om aantekeningen te maken als je in het gebied bent.
     

  • Reserveer tussen de 1,5 en 3 uur in om het gebied te verkennen. Doe dit op een moment dat er genoeg mensen zijn om aan te spreken, bijvoorbeeld een zaterdagmiddag.
     

  • Tijdens het veldwerk ga je het gebied heel goed observeren.
     

  • Je moet minimaal twee buurtbewoners interviewen over de buurt. Dat betekent dus dat als je in het gebied bent, je mensen moet aanspreken en interviewen. Zorg ervoor dat je voordat je naar het gebied bent jou interviewvragen klaar hebt en papier hebt om aantekeningen te maken / telefoon hebt om op te nemen.
     

  • Je moet minimaal twee ondernemers interviewen over de buurt. Bekijk bijlage B voor tips hoe je een interview afneemt.
     

  • De informatie uit de interviews (en ook de namen van de personen) verwerk je in de praktische opdracht.
     

  • Je moet minimaal 10 foto’s van jouw gebied verwerken in de praktische opdracht, waarvan minimaal 3 selfies. Wees creatief!


     

Stap 3 kaarten maken


Bekijk om alvast inspiratie op te doen: Het bestemmingsplan van jouw gebied kun je bekijken op: www.ruimtelijkeplannen.nl. Ga naar www.kadastralekaart.com om twee lege kaarten van jouw gebied te printen.. Bekijk alle functies die mogelijk zijn, zoals het weergeven van bebouwing en kaart. Op de lege kadasterkaart die je twee keer print, ga je een legenda maken. Dit doe je voor jullie gebied van vóór de stadsvernieuwing en herstructurering en de huidige situatie. Wees creatief hoe je dit doet. Je kunt het printen en inkleuren of wellicht via een computerprogramma / app bewerken. In de tweede klas heb je een buurtonderzoek gedaan rondom de Middenweg. Deze opdracht is een verdieping daarop.
 

Stap 4 Een dwarsdoorsnede maken van jouw gebied a.d.v drie grondboringen

 

Gebruik: https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. Let op dit werkt alleen op een laptop of computer (Ipad niet) en zorg ervoor dat je flash hebt geïnstalleerd. Hoe krijg je een bodemprofiel:

- Zoom in naar jouw gebied.
- Vink dan aan: bodem- en grondonderzoek
- Vink dan aan: geologische bodemonderzoek (de oranje rondjes)
- Kies drie punten uit jouw gebied. Klik op het oranje rondje in de kaart
- Klik dan  op de groene pijltjes meer >>

- Klik dan op Toon boormonsterprofiel (onderstreept)
- Verander lithostratigrafie in lithologie (met pijltje naar beneden). Dan zie je in de legenda o.a. zand en klei staan

Teken dan de drie boormonsterprofielen achter elkaar, zodat je een geheel bodemprofiel krijgt. Een heipaal moet minimaal op 3 meter zand staan om stevig genoeg te zijn voor bebouwing. Interpreteer de gegevens en trek een conclusie over de maatregelen die zijn genomen voor de stabiliteit van de gebouwen. Dus naast jouw tekening van een dwarsdoorsnede moet je ook nog een stuk tekst schrijven van ongeveer 300 woorden. 


 

Inleveren en beoordeling

De praktische opdracht moet ingeleverd worden op:

maandag 5 maart 2018. Elke dag te laat 2 punten eraf. 


Heel veel succes! Naar verwachting verzamelen jullie interessante gegeven en kunnen jullie een mooie praktische opdracht inleveren. 

 

>> Download hier het antwoordmodel. 
 
 
 
Bijlage A Correcte wetenschappelijke bronvermelding


De alfabetische lijst met bronnen voeg je toe aan de praktische opdracht. Hieronder zie je hoe je bronnen correct wetenschappelijk weergeeft:

 

  • Citeer je een auteur uit een boek, dan doe je dat als volgt: Achternaam, Voorletter. (jaartal), Titel boek. Uitgever.- Bijvoorbeeld: Wanrooij, van, B. (2007), Klimaatvraagstukken. Thieme Meulenhoff.
     

  • Haal je informatie van een website: Organisatie website, (jaartal). Titel informatie. www.website.nl. Bijvoorbeeld: Waternet (2014), Er was sprake van wateroverlast in wijk x in Amsterdam. 

 

Let op: In je geschreven tekst van het werkstuk vermeld je tussen haakjes achter de data die je ergens vandaan hebt gehaald, alleen de auteur of de naam van de organisatie van de website, jaartal.
- Bijvoorbeeld je schrijft ergens in je tekst: De wateroverlast in wijk x was van datum tot datum (Waternet, 2017).

 

 

 

Bijlage B Tips voor de interviews

 

 

  • Bepaal de vorm: open of gesloten vragen
     

  • Met behulp van je onderzoeksvraag kun je gericht interviewvragen formuleren
     

  • Stel eenduidige vragen: gebruik geen vage woorden als ‘veel’ of ‘soms’. Dit wordt door iedereen anders geïnterpreteerd
     

  • Één onderwerp per vraag
     

  • Stel neutrale vragen. Leg mensen geen zaken in de mond. Stop geen eigen mening in de vragen
     

  • Zorg voor een logische volgorde van de vragen. Orden je vragen dusdanig dat de ondervraagde het gevoel krijgt dat de interview lijkt op een gesprek.
     

  • Zorg dat de vragen aansluiten bij de belevingswereld van de ondervraagden, gebruik dus geen jargon
     

  • Maak notities van de interviews of neem een geluidsfragment op via je telefoon. Vraag dit wel eerst aan de geïnterviewde persoon of die daarmee akkoord gaat.